Overslaan en naar de inhoud gaan
ijsselid-logo
Menu
Terug naar de zoekpagina
23-04-2014 Artikel

Kastelen en Landgoederen

Een bijzonder kenmerk van de IJsselvallei zijn de vele landgoederen en kastelen. De kastelen en landgoederen hadden vrijwel allemaal een relatie met de IJssel, het water was vaak zelfs doorslaggevend voor de bouw ervan. Het zorgde voor de aanvoer van schoon water en maakte transport over water mogelijk. De IJssel voorzag de landgoederen daarnaast van visserij, vruchtbare grond en had een militaire en defensieve functie voor kastelen.

De eerste kastelen komen uit de vroege Middeleeuwen ten tijde van het Frankische Rijk. Land was als grootgrondbezit in bezit van Frankische heersers. Zij hadden een leenstelsel, later het feodalisme genoemd, waarbij bezit werd uitgeleend aan adellijke beambten (leenheren) of geestelijke instellingen (kloosters of bisschoppen). Die konden het op hun beurt weer aan andere leenmannen te leen geven. Dit ging niet alleen om grond, maar ook rechten, een ambt of functie. De leenheer is zijn leenheer of de vorst weer diensten en opbrengsten verschuldigd. Op het groot grondbezit vormden zich domeinhoeven die met behulp van hofhorige boeren werden bewerkt. De hofhorige boeren werden hofhorig genoemd, omdat ze gehoorzaam waren aan het hof en hun leenheer. Zij bewerkten het land, zorgde voor het vee, maar op zo'n hoeve waren ook ambachten vertegenwoordigd, zoals een smid, een bakker of leerlooier. De opbrengsten gingen naar de leenheer en uiteindelijk de vorst. Het bevaarbare water van de IJssel zorgde er voor dat goederen afgevoerd konden worden. Dit systeem hield stand tot ver in de Middeleeuwen. De hoeven ontwikkelden zich tot middeleeuwse goederencomplexen of hele nederzettingen. Leenheren lieten voor zichzelf huizen bouwen, kastelen bijvoorbeeld. Voorbeelden van kastelen zijn Middachten, Koldenhove, Nijenbeek, de Gelderse Toren, Huis de Voorst en Lathum.

Mede door de reformatie en politieke veranderingen in Nederland trad er versplintering op van het groot grondbezit. Door verkoop, inname of schenkingen, kwam land in particulier bezit. De versnippering zette door en in het midden van de 17e eeuw kwamen landgoederen tot stand. Dit gebeurde omdat bestuurlijke elite uit steden als Arnhem, Deventer en Zutphen op buitenplaatsen gingen wonen. Het vermogen dat zij hadden opgebouwd met de handel in de 17e eeuw, de Gouden Eeuw, investeerden zij in landhuizen en landgoederen. Dit waren vaak de voormalige kastelen, domeinhoeven en goederencomplexen uit de Middeleeuwen. Een voorbeeld is Biljoen, dat op de plek van het oude complex Broekerhof werd gebouwd. Bij de landgoederen werden parken aangelegd in verschillende stijlen, zoals de Franse geometrische stijl en later de Engelse landschapsstijl. Deze kenmerken zijn nog steeds te herkennen in de parken van de nog bestaande landgoederen. Maar nog steeds was de agrarische functie van landgoederen aanwezig. Het land werd door boeren bewerkt, bos werd voor productie ingezet en er werd vee gehouden. Meer dan eerst toch, was een landgoed meer een aangename plek om te wonen voor de eigenaar, dan een bron van inkomsten. De parkaanleg, maar ook zichtlijnen richting de IJssel speelde daar een rol in. De hoogtijdagen van de landgoederen langs de IJssel was in de 19e eeuw toen er veel buitenplaatsen bijkwamen, verbouwd of herbouwd werden.

In de loop van de twintigste eeuw waren veel landgoederen niet meer te onderhouden door hoge kosten en trad er verval op. Landgoederen werden gesloopt of kregen een nieuwe bestemming als hotel, zorginstantie of anders. Omdat er relatief veel landgoederen langs de IJssel te vinden zijn mag dit onderdeel van de geschiedenis niet ontbreken in een biografie over de IJsselvallei. De relatie die de landgoederen hebben met de IJssel, functioneel en esthetisch speelt daar in mee.